De gebouwen van Museum de Lakenhal








- 2022 -

de gebouwen aan de Oude Singel


overview


Inleiding
Het complex waarin het Museum de Lakenhal is gevestigd bestaat uit een merkwaardige verzameling gebouwen die een interessante weergave vormt van hoe er in de loop der tijd is omgesprongen met de behuizing van het museum. Het lijkt erop dat de focus steeds lag op het interieur en de collectie van het museum en dat dit de reden is dat er met de buitenkant dingen zijn gebeurd die op zijn zachtst gezegd opmerkelijk zijn.




- 1642 -

Lakenhal
Toen het gebouw er net stond, moet men ook al gezien hebben dat de muur die de voorhof afsluit het gebouw geen goed doet. Op dit schilderij heeft schilderes Suszanna van Steenwijk de muur rechts van de lakenhal geplaatst.


De lakenhal werd in 1641 gebouwd door Arent van s Gravensande. Hier werd het Leidse laken gekeurd en verhandeld. Als zodanig bleef het gebouw in gebruik tot het begin van de negentiende eeuw. Het gebouw wordt gezien als een van de belangrijkste voorbeelden van Hollands classicisme. Het bestaat uit een hoofdgebouw met twee voor- en twee achtervleugels. Tussen de voor en achtervleugels bevinden zich binnenplaatsen. Opmerkelijk is de muur die de voorhof afsluit en het zicht op het hoofdgebouw deels ontneemt. Je eerste gedachte is dat die muur daar niet hoort en dat het een latere toevoeging is. Niets is minder waar. Deze muur heeft er vanaf het begin gestaan. Diverse vergelijkbare stadspaleizen hadden oorspronkelijk ook zon voorhof met een muur. De woning van Constantijn Huygens in Den Haag (gesloopt in 1876) had net zon voorhof en was oorspronkelijk eveneens afgesloten met een muur. Die is later verwijderd, maar bij de Leidse lakenhal is hij bewaard gebleven.
In de achttiende eeuw liep de textielindustrie terug. In 1735 werden twee grote kamers op de tweede verdieping in gebruik genomen door het Apothekersgilde. Oorspronkelijk waren er zeven keurhallen in de stad. Daarvan waren er aan het begin van de negentiende eeuw nog drie over. In 1820 werden de activiteiten van de twee andere textielhallen in de stad (die voor grein en fustein) ondergebracht in de lakenhal. In 1832 werd de lakenhal voor tijdelijk gebruik ingericht als noodhospitaal vanwege de cholera-epidemie. Tijdens de tweede cholera-epidemie (1866-1867) gebeurde dat opnieuw. De lakenhal werd daarna niet meer gebruikt als keurhal. De begane grond en de eerste verdieping werden in gebruik genomen door de Maatschappij van Weldadigheid.

Museum
De gemeente zocht naar een locatie voor het onderbrengen van voorwerpen van oudheidkundige of andere kunstwaarde die tot dan toe lagen opgeslagen in het stadhuis. Er werd gedacht aan het oude gebouw van het academisch ziekenhuis, het nosocomium (Oude Vest 35), aan het Militair Invalidenhuis (op de plaats van de huidige Kaasmarkt) en aan de lakenhal. De keuze viel uiteindelijk op de lakenhal. Eind 1868 besloot de gemeente om dit gebouw tot museum te bestemmen. De omvorming van de lakenhal tot museum vergde enige tijd. Doordat de begane grond en de eerste verdieping nog in gebruik waren bij de Maatschappij van Weldadigheid, kon aanvankelijk alleen de tweede verdieping worden gebruikt. Architect Jan Willem Schaap kreeg de opdracht om het gebouw geschikt te maken als museum. Hij ontwierp een trap die op de achterste binnenplaats tegen het hoofdgebouw kwam. In die trap werden een aantal ramen met gebrandschilderde ruiten geplaatst die afkomstig waren van het gesloopte Sint Jorisdoelen. De trap wordt daarom de Joristrap genoemd. De Maatschappij van Weldadigheid vertrok pas in 1873. Op 1 mei 1874 werd het museum officieel geopend.

Harteveltzaal
De eerste grote uitbreiding van het museum kwam tot stand in 1890 door de aanbouw van de Harteveltzaal. Eerder had conservator Paul du Rieu op eigen titel het pand Oude Singel 30 (links van de lakenhal) aangekocht. Daarbij behoorde een grote tuin die achter het gebouw van de lakenhal lag. De gemeente kocht het perceel van de conservator en door een schenking van Danil Hartevelt kon in de tuin achter de lakenhal een kunstzaal gebouwd worden. De nieuwe zaal werd door een corridor verbonden met het hoofdgebouw. Daarvoor moest de Joristrap worden aangepast.