Modieuze uitdrukkingen

Popi-taal
Al een aantal jaren ronken er van die zinnetjes rond als:

Waar zijn we dan mee bezig?
We zijn bezig zijn.
Ik ben lekker bezig.
Zo simpel is dat.
Dat is mooi meegenomen.
Dat is niet verkeerd.
We gaan ervoor
We gaan commercieel.
We zijn er klaar voor.
Ik heb er een goed gevoel over.
Je weet niet wat je meemaakt.
Gekker moet het niet worden.
Het zal toch niet waar zijn.
Daar kun je mee thuis komen.
Waar gaat dit over? Het gaat ergens over.
Het kan zomaar gebeuren dat…
Het kan niet zo zijn dat ….
Ik vind het niet kunnen.
Einde verhaal
einde oefening

Toch?
Soms zijn het woordjes. Opeens vindt iedereen het nodig om regelmatig ‘Toch?’ te zeggen achter zijn beweringen. Wat wil je daar dan mee zeggen: Dat je twijfelt aan je eigen verhaal? Dat je hoopt dat je de compassie van je toehoorder mee krijgt en dat je het alsnog samen eens wordt. Niet bepaald een woord om mee thuis te komen.

Dit zijn er een paar recente datum:

Het boeit niet
Mijn dochter bracht hem mee van de basisschool. Ik dacht dat het typisch jongerentaal was, maar hij schijnt al verder te zijn opgerukt. ‘Boeien’ is hier helemaal losgeraakt van zijn oorspronkelijke betekenis. ‘Het boeit niet’ betekent zoveel als: het maakt niet uit, het is niet belangrijk.
Intussen is het woord al verder geëvalueerd. Als een jongere roept: ‘Boeien!’ betekent dat: ‘waardeloos, niet interessant’.

Nul
‘Ik heb nul geld.’
‘Ik heb er nul zin in.’
‘Ik verdiende daar nul.’
‘Er was nul muziek te horen.’
‘Het heeft nul invloed op mijn beslissingen.’

Het is wel duidelijk waar ‘nul’ tegenwoordig voor wordt gebruikt. Dit vind ik helemaal nul!

Helemaal goed
Uitdrukkingen met variatiemogelijkheden hebben iets extra’s. Dat is echt iets voor degenen die het gevoel willen hebben dat ze het toch een beetje zelf hebben bedacht. Een van de nieuwste is:
'Komt goed!'
Maar ook het volgende hoor je regelmatig:
'Helemaal goed!'
'Helemaal mooi'!
De absolute topper tot nu toe is:
’Gaat helemaal goed komen!'
Ik verwachtte al dat er nog meer variaties zouden komen en dat is ook gebeurd:
'Helemaal perfect!
'Helemaal leuk!'

Dat gaat ‘m niet worden
Het betekent zoveel als: ‘Dit wordt niks. Dit wordt geen succes.’
Het is weer zo’n zin met een ondefinieerbare logica, waar de massa met grote gretigheid bovenop springt.
Die ‘m komt tegenwoordig in meer constructies voor. Een lerares van de school van mijn dochter hoorde ik zeggen: ‘Vorig jaar had ik ‘m andersom.’
Ze doelde op het feit dat ze mentor was van een klas met maar enkele jongens. Het jaar daarvoor waren de meisjes sterk in de minderheid.
'Je kan hem goed onder controle houden met …'
Het gaat hierbij om het probleem van voetschimmel. Er wordt kennelijk geen verband meer gevoeld met het probleem waarnaar wordt verwezen. Dit lijkt onderdeel van de neiging om het onzijdige 'het' uit de taal weg te drukken. Zie ook de paragraaf 'Lidwoorden' bij de rubriek 'Modernismen in de taal'.


Uitrollen
‘We gaan het programma uitrollen.’
‘Als je zoveel bezuinigingen uitrolt.’
Het product is ontwikkeld; we gaan het nu uitrollen.
Iedereen snapt het wel zo’n beetje, maar wat betekent ‘uitrollen’ eigenlijk in dit verband? Het komt in de buurt van ‘realiseren, toepassen, opschalen, in praktijk brengen’.
Het is weer zo’n lekker vaag woord. Dat is waarschijnlijk ook de reden van het succes. Je kunt het voor vanalles gebruiken en je hoeft je nog even niet heel precies te zeggen wat je echt bedoelt, als je dat zelf al weet. Zolang het nieuw is, maak je de blitz. Omdat het zo breed toepasbaar is, zal de nieuwigheid er gauw vanaf zijn en dan kan het in de bak van snel versleten, irritante modewoorden.

Fris en fruitig
Opeens duikt die uitdrukking overal op. Een kennis vertrouwde me onlangs toe dat ze, toen ze nog ‘fris en fruitig’ was, eens had zitten flirten met Hans van Mierlo. Op de radio hoor ik een verslaggever zeggen dat een collega vroeg op is: ‘Ook al zo fris en fruitig.

Het x-gehalte
Het is al erg belegen, maar je komt het nog steeds tegen. In de jaren negentig van de vorige eeuw was het waanzinnig populair.
Een hoog tevredenheidsgehalte
Een hoog PVV-gehalte
Een hoog emo-gehalte.
Ooit leuk bedacht en het had als voordeel dat je er eindeloos op kon variëren, waardoor het cliché toch telkens weer een creatief randje kreeg. Het klonk intellectueel. Het leek een woord uit de wetenschap en je drukte je genuanceerd uit.

Het probleem
En dan heb je een probleem. Neem bijvoorbeeld Lubbers. Die heeft een omgangsprobleem met vrouwen. Anderen hebben een drankprobleem en op de zaak hebben we een capaciteitsprobleem.
Heerlijk om een onaangenaam verschijnsel zo aan te duiden. Je pakt het in, plakt er een etiket op en het lijkt opeens een stuk beter te behappen en ook lang niet meer zo schadelijk of bedreigend.

mis mee
Het is zo’n uitdrukking waarvan je het idee hebt dat hij altijd al bestond. En wat is er mis mee? Niks toch? Hij bekt zo lekker en daarom is hij ook zo irritant. Hij woekert voort als het hardnekkigste onkruid. Ik heb de hoop al opgegeven dat hij ooit nog eens uit onze taal verdwijnt.

Dat moet je niet willen
Als ik die uitspraak hoor moet ik aan Kardinaal Simonis denken. Toen er een nieuwe paus gekozen moest worden, werd hem gevraagd of hij het zou willen worden. Hij hoopte dat hij niet gekozen zou worden en hij somde op wat je dan allemaal te wachten stond.
‘Dat moet je niet willen,’ besloot hij zijn commentaar.
Het past zo goed bij een vermoeide oude man die niet meer zit te wachten op een zware taak. Het is de ontkenning die deze uitdrukking bijzonder maakt. We kenden allang: ‘Je moet het willen’, in de zin van: ‘Je moet erachter staan.’ Het is best leuk gevonden om dat ook in negatieve zin te gebruiken, maar ik wil het niet te vaak horen.

Veel erger is: Dat wil je niet weten. Dat is echt popi-taal om een sterk verhaal over iets wat niet al te gunstig is, nog wat meer kracht bij te zetten. Je kunt je als verteller de indruk wekken dat het allemaal nog veel erger is dan je zojuist gezegd hebt. ‘Wat daar allemaal aan de hand is …. ’

Ik word er niet vrolijk van.
Nog een in de ontkennende sfeer. Je kunt natuurlijk ook gewoon zeggen dat je er treurig van wordt, maar we zeggen nou eenmaal graag het tegendeel met een ontkenning ervoor. Dat houdt de toehoorder wakker.

Hij heeft een punt
Het is een kernachtig zinnetje, dat je niet zo makkelijk door iets anders vervangt. Iemand die in de jaren vijftig geëmigreerd is en het nu hoort, zal toch even achter zijn oor krabben. Wat voor punt is dit? Je kunt denken aan een competitie: punten verdienen. Toch zit dit meer in de sfeer van: Hij roert een onderwerp aan waar niemand omheen kan.

Je ding doen. Het is mijn ding.
Op mij maakt deze uitdrukking een erg Amerikaanse indruk: succes hebben met dat waar je goed in bent, hoe onbenullig en klein het ook is. Iedereen heeft wel iets wat hij goed kan en daarmee moet je dan ook schitteren.

…. , maar dan heb dan heb je ook wat.
(Altijd vooraf gegaan door een zinnetje als: ‘Het kost een paar centen, maar … ‘
‘Het duurt een paar jaar, maar ….

Leermomenten en verbeterpunten
De maatschappij staat tegenwoordig bol van programma’s om mensen, lees ‘medewerkers’, beter te laten functioneren. Om de tien jaar zijn de inzichten op dit vlak volledig veranderd en daarmee ook de terminologie. Een blunder heet nu een leermoment en het nog steeds diepgewortelde geloof in de maakbaarheid van je persoonlijkheid leidt ertoe dat je regelmatig moet laten zien wat je lijst van verbeterpunten is.

Als we kijken naar …
Te pas en te onpas wordt een onderwerp te berde gebracht met als introductie: ‘Als we kijken naar….’ Bij het woord ‘kijken’ wordt dan helemaal niet meer gedacht aan ‘iets bekijken’. Het is een introductiewoord geworden in de zin van ‘wat betreft’ of ‘aangaande’. Sommige sprekers maken het nog bonter met zinnen zoals: ‘Als we kijken naar …., dan kunnen we zien dat ….
Ook een mooie is deze:
‘Als je gisteren kijkt wat er op de bühne kwam.’
‘Kijk’ wordt soms al gebruikt als stopwoord:
‘Kijk, als je naar Griekenland kijkt, dan zie je …’

Wat je ziet ….
Vergelijkbaar met ‘Als we kijken naar’ is ‘Wat je ziet’.
Er lijkt een sterke behoefte te bestaan om een opmaat te nemen naar wat er werkelijk meegedeeld moet worden. Sprekers die hier eenmaal mee begonnen zijn gebruiken het vaak om de paar zinnen. Ook ontstaat dikwijls de gewoonte om de ‘z’ van ‘ziet’ extra aan te zetten: ‘Wat je zzziet is … Zo is je opmaat nog wat langer.

Ik ben op
Hij is op honden.
Ze is op Timo.

Zeg maar
(vaak uitgesproken als ‘segma’ of ‘semma’) Het is misschien wel het meest voorkomende stopwoord van dit moment, te vergelijken met ‘dus’ en ‘ergens’ in de jaren zestig en zeventig.

Het product
Uit het marketing-jargon heeft de gewone man het woord ‘product’ opgepikt, in de zin van ‘economische prestatie’. Onze industrie is grotendeels uitbesteed aan het verre oosten. Wat we in het westen nog doen is hoofdzakelijk dienstverlening, maar dat heet tegenwoordig ook industrie. Echte industrie wordt ter onderscheiding aangeduid met ‘maak-industrie’. Onze industrie levert hypotheken, spaarvormen, taxiritten, gewassen ruiten en gemanicuurde nagels.
In een folder over de OV-chipkaart lees ik dat ik de kaart kan opladen met een ‘reisproduct, bijvoorbeeld een abonnement’.
De manager van het HALT-project heb ik horen praten over ‘HALT-producten’.
(HALT komt van Het ALTernatief, - mooie naam -, een instantie die zorgt voor alternatieve straffen voor jongeren)

Een product neerzetten, een prestatie neerzetten
Je doet het als ondernemer pas goed wanneer je je ‘product’ niet levert maar neerzet. Een ondernemer uit de taxiwereld weet wat hij moet doen om de crisis te overleven: ‘Een goed product neerzetten!’

Absoluut
In plaats van ‘zeker, ‘dat klopt’ of ‘inderdaad’ hoor je heel vaak ‘Absoluut!’
Een spreker zegt: ‘Toen was jij nog student.’
‘Absoluut,’ antwoordt die.

Pakken
Een oud woord dat opeens erg populair is geworden.
In de sportverslaggeving, waarin het steeds over dezelfde dingen gaat, heeft men een schreeuwend gebrek aan woorden en uitdrukkingen om het eens een keer anders te zeggen. Het wemelt er van de clichés: goud pakken, de titel pakken. Maar ook in het normale leven is pakken populair:

We moeten doorpakken
Hij moet zich herpakken.
Verantwoordelijkheid pakken.

Een heel creatieve is de volgende:
‘De industrie pakt weer op.’

Hij is van Rabotopman Piet Moerland, gehoord op BNR, 05-03-2010. Je denkt dan aan ‘de draad weer oppakken,’ maar dat betekent echt iets anders.

‘We gaan ‘m pakken.’
Het betekent zoiets als: ‘We gaan winnen.’

Groter groeien
In de jaren zestig was er tv-reclame voor fabrieksbrood dat onder de naam King Corn op de markt werd gebracht. Een jongetje dat Japie heette kwam thuis van een logeerpartijtje. Zijn helmpje was te klein geworden en hij verklaarde: ‘Ik ben groter gegroeid.’ Die kromtaal werd zo populair dat de uitdrukking tot het ‘normale’ Nederlands is gaan behoren. Je hoort en ziet hem nu overal. Hij komt zelfs voor in de ondertiteling van het NOS-journaal.

Weermantaal
Weermannen en –vrouwen lijken er wel eens moeite mee te hebben dat ze hun verhaal aan gewone mensen moeten vertellen. Ze hebben zoals iedere beroepsgroep hun eigen uitdrukkingen en terminologie. Bij de wisseling van de seizoenen staan ze iedere keer te verkondigen dat de meteorologische lente, zomer, herfst of winter is begonnen. Bij hun begint die op de eerste van de maand, terwijl het voor de rest van mensheid rond de 21e gebeurt. Het is mij volkomen onduidelijk waarom meteorologen er een eigen kalender op na moeten houden, maar nog meer is het me een raadsel waarom ze ons daar steeds mee lastig vallen. Sinds een aantal jaren hoor je de weerman of vrouw regelmatig praten over ‘een klap onweer’. Ik ken die term echt alleen maar van hun.
‘Buien doven uit.’
Het is duidelijk wat hiermee wordt bedoeld, maar dit is wel een opmerkelijk natuurverschijnsel.

Een ander weermanwoord is ‘korrelhagel’. Hagel bestaat voor zover ik weet altijd uit korrels. Dit schijnt dus een speciaal soort hagel te zijn. De encyclopedie vermeldt dat het hagel is met kleinere korrels dan normaal, hooguit 4 tot 5 mm. Ik zie de weerman al met zijn schuifmaat korreltjes meten. De korreltjes zijn nooit allemaal even groot. Hoeveel moet hij er gehad hebben voordat hij dat hij kan vaststellen of het gewone hagel is dan wel korrelhagel?
Ook een weermanspecialiteit is ‘de normaal’. ‘Dat is drie graden boven de normaal,’ besluit de weerman zijn verhaal.

Ik bracht mijn krot naar de schroothoop
Een krot is een oude uitgeleefde woning, meende ik te weten, maar ik hoor het woord tegenwoordig ook gebruiken voor ieder ander ding dat oud en versleten is. Een oude fiets zou ik een lijk of een barrel noemen, maar tegenwoordig is het een krot.

Hoe sta jij daarin?
De vraag klinkt warm en belangstellend. Het is meer dan ‘Wat vind jij ervan?’ of ‘Hoe voel jij je daarbij?’ Het heeft ook iets te maken met je belangen en je betrokkenheid, maar het is bovenal vaag en waarom moet ik het staande doen? Ik word daar zo moe van.